Logo-De-Sleutel-transparant

Vrijheid in verantwoordelijkheid

De kinderen hebben vanaf de kleutergroep een bepaalde vrijheid om te kiezen. Wanneer wil ik dat werkje gaan maken? Vandaag? Of liever morgen? Kan ook, maar het moet wel gedaan worden vóór een van te voren afgesproken dag/tijd. Wil ik het alleen doen? Of samen met een ander? Prima. Maar het moet wel gedaan worden. En als je het samen doet ben je ook samen verantwoordelijk voor het gemaakte werk.
Dit begint zoals gezegd in de kleutergroep. Daarbij dienen de kinderen ook nog rekening te houden met bepaalde instructiemomenten, maar binnen de taakwerktijd zijn ze vrij om te kiezen, wanneer en met wie ze wat waar gaan doen. Aan die geboden vrijheid zijn duidelijke regels en afspraken gekoppeld.

Zelfstandigheid

Een belangrijke voorwaarde om goed Daltononderwijs te kunnen realiseren is dat kinderen leren om zelfstandig te werken. Natuurlijk is ook dit een leerproces en verwachten we van kinderen in de kleutergroep iets anders dan van kinderen in de bovenbouw. Overigens merken wij, dat kinderen in kleutergroepen al bijzonder goed zelfstandig kunnen werken!
Ons streven is dan ook, dit in de daarop volgende groepen verder uit te bouwen. Zelfstandig werken betekent dat kinderen gedurende een vast gestelde periode zonder hulp van de leerkracht hun werk kunnen maken. Om dit op een goede manier te laten verlopen, is het noodzakelijk dat afspraken duidelijk zijn en dat aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De kinderen komen zo tot zelfregulatie: ze zijn zich bewust van hun eigen mogelijkheden en begrijpen het doel van de leerstof.

De kinderen
kennen het doel van de groepsafspraken;
  • kunnen en willen elkaar helpen zonder ‘voor te zeggen’ ;
  • werken zelfstandig;
  • weten waar ze de materialen kunnen vinden;
  • lossen zelfstandig problemen op;
  • plannen hun werk met behulp van keuzebord en taakformulier;
  • gaan goed met het materiaal om;
  • werken volgens het principe van uitgestelde aandacht;
  • weten wat ze kunnen doen als de dag- of weektaak af is;
  • kijken het gemaakte werk zonodig zelf na;
  • verbeteren gemaakte fouten zelfstandig;
  • zijn in staat te verwoorden wat hun problemen zijn;
  • kunnen samenwerken.

De leerkracht:
  • bereidt lessituaties voor waarin zelfstandig werken van kinderen het uitgangspunt is;
  • heeft het klaslokaal zodanig ingericht dat het zelfstandig werken daardoor gestimuleerd wordt;
  • leidt gesprekken waarin de bedoeling van zelfstandig werken verhelderd en geëvalueerd wordt;
  • geeft duidelijke en gedifferentieerde taakinstructie;
  • hanteert hulpmiddelen die het zelfstandig werken bevorderen: symbolen, keuzebord, het teken voor uitgestelde aandacht, (week)taakformulier.

Het materiaal is:
  • overzichtelijk opgesteld, zoveel mogelijk in open kasten;
  • goed bereikbaar voor de leerlingen;
  • geschikt voor zelfstandig werken;
  • in voldoende mate aanwezig.

De afspraken:
  • zijn voor iedereen duidelijk;
  • worden door de kinderen én de leerkracht als vanzelfsprekend beschouwd;
  • geven de kinderen voldoende ruimte voor eigen initiatieven;
  • geven de kinderen voldoende ruimte om zelfoplossend bezig te zijn;
  • zorgen ervoor dat de leerlingen elkaars gedrag positief corrigeren;
  • stimuleren tot zelfverantwoordelijk gedrag;
  • de leerkracht is in staat om met pedagogisch inzicht de regels gedifferentieerd toe te passen.

ZwaluwlezenEen mooi voorbeeld van zelfstandig werken is terug te vinden bij het ZWALUW-lezen.
ZWALUW staat voor Zelfstandig Werken bij het Aanvankelijk Leesonderwijs met Uiteenlopende Werkvormen. Met behulp van een leerstofpakketoverzicht pakken de leerlingen van groep 3 t/m 5 hun eigen materialen en gebruiken deze op een werkplek buiten de klas. Met de dagkleur geven zij aan wat ze wanneer gedaan hebben.


Samenwerken

Samenwerken Er is voor ons een duidelijk verschil tussen samenwerken (dit is samen aan een opdracht werken, waarbij van iedere deelnemer een zelfde mate van betrokkenheid, verantwoordelijkheid en inzet wordt verwacht, aangezien de samenwerking tot één gezamenlijk resultaat moet leiden) en samen werken.
Met ‘samen werken’ bedoelen we dat kinderen weliswaar individueel aan een opdracht werken, dat ze rekening met elkaar houden en elkaar helpen. Kort gezegd; Ze zitten bij elkaar en ‘werken samen’ en ieder dient met een eigen resultaat  te komen.
Rekening houden met elkaar houdt in, dat je elkaar niet stoort of afleidt tijdens het werk, maar ook, dat je je verantwoordelijk voelt voor het welzijn van je medeleerlingen en voor de sfeer in de groep en de school als geheel. Pestgedrag hoort daar bijvoorbeeld niet bij, maar belangstelling voor een zieke klasgenoot en zorg voor een nette schoolomgeving wel.
Kinderen moeten het normaal vinden dat je elkaar helpt. Het is ook heel normaal dat je af en toe eens hulp vraagt. Iets vragen aan je (schouder)maatje is een vanzelfsprekendheid. Niet alle kinderen kunnen dit uit zichzelf. Dus moeten we hen dat leren.

Tijdens het zelfstandig werken zal de leerkracht zich terughoudend opstellen t.o.v. de gebeurtenissen in de groep. Op die basis is de leerkracht in staat hulp te bieden aan een deel van de leerlingen, bijv. bij de kleuters een andere activiteit in kleine kring.
Ook probleempjes in de sociale sfeer moeten de kinderen in eerste instantie proberen zelfstandig op te lossen of ze moeten hulp zoeken bij elkaar.
Wij vinden het van grote pedagogische waarde dat kinderen sociale vaardigheden opdoen. Op de takenbrief wordt soms een (sociale) Vaardigheid van de week vermeld. Enkele voorbeelden: een compliment geven, aanmoedigen, beleefd oneens zijn, een ruzie (helpen) oplossen, wachten op je beurt. Het samenwerken is daarom van grote betekenis.

SamenwerkenOp De Sleutel wordt in iedere groep regelmatig gewerkt met structuren uit de eerder genoemde teamscholing Coöperatief Leren, die het grootste deel van het team heeft gevolgd. Dit is een werkwijze waarbij kinderen leren ‘samenwerken in een teamverband van 4 kinderen’.
Ze leren van en met elkaar en leveren een gelijkwaardige bijdrage aan elkaars leerproces. In iedere groep wordt een aantal structuren regelmatig gehanteerd. In de dagelijkse praktijk komt ook het ‘samen leren’ veelvuldig aan bod. SamenwerkenSamenwerken als doel wordt niet of nauwelijks toegepast. Het is vooral een middel om van en met elkaar te leren.
Bijv. bij het RALFI-lezen vanaf groep 6, 7 en 8 helpt een tutor. Dit is een oudere leerling of een leeftijdsgenoot met een hoger niveau. In groep 4 en 5 gebeurt dit door de leerkracht.





Samenwerken vindt op vele manieren plaats. We noemen:
  • In de taak Op de takenbrief komen regelmatig samenwerkingsopdrachten voor. Tijdens het werken aan de basisstof vraagt een leerling hulp aan zijn schoudermaatje tijdens een periode van uitgestelde aandacht.
  • In de instructielessen Taal-, reken- en andere methodes doen vaak suggesties voor samenwerkingsopdrachten. De leerkrachten nemen samenwerkingsopdrachten op in hun lesprogramma.
  • pag18_Samenwerken3Spelen en werken bij de kleuters Bijvoorbeeld in de bouwhoek, bij de zandtafel
  • Binnen het bewegingsonderwijs Ook hier wordt gezocht naar werkvormen waarbij samenwerking nodig is. Veel sport- en spelvormen zijn hiervoor geschikt.
  • Binnen de creatieve vakken Regelmatig worden er groepswerkstukken gemaakt.

Bij al deze werkvormen houdt de leerkracht regelmatig een korte nabespreking over het samenwerkingsproces.

Daltonasprecten t.a.v. 'samenwerking'
Vrijheid Verantwoordelijkheid nemen voor de fysieke en sociale omgeving.
De vrijheid om hulp te zoeken en te geven
Zelfstandigheid Zelfstandig hulp zoeken en hulp verlenen
Samenwerking Samenwerking en samen werken

Go to top