Met ingang van het komende schooljaar hebben we gekozen voor twee groepen 1-2. We willen u graag uitleggen hoe we tot deze keuze gekomen zijn.

De ontwikkeling van kleuters

Allereerst is het belangrijk om naar de ontwikkeling van kleuters te kijken. De ontwikkeling van een kleuter verloopt sprongsgewijs. Dit betekent dat het kind op het ene moment een ontwikkelingsvoorsprong kan hebben op een bepaald gebied en een paar maanden later weer op hetzelfde niveau als leeftijdsgenootjes zit of zelfs een ontwikkelingsstilstand doormaakt.
Een kleuter ontwikkelt zich verder naar interesse. Wanneer het kind niet of nauwelijks interesse heeft voor cijfers, betekent dat niet dat het niet kan tellen. Het kan betekenen dat het kind er nog niet aan toe is.
Wanneer we juist kinderen van verschillende leeftijden en niveaus bij elkaar zetten, worden alle niveaus aangeboden in een groep. Een kind kan zo gemakkelijk aansluiten bij het niveau dat bij hem of haar past. Uiteraard zorgen we voor uitdaging voor de oudste kleuters.

Van en met elkaar leren

Kleuters imiteren elkaar geregeld in hun spel, waardoor ze zich ontwikkelen in de zone van de naaste ontwikkeling. Dit betekent dat er zaken zijn die het kind zelfstandig nog niet volledig aankan, maar wel als anderen daarbij helpen en moeilijkere onderdelen daarvan voor hun rekening nemen. Het gevoel voor competentie groeit hierdoor.
Kleuters zijn nieuwsgierig. Ze willen graag alles weten, ontdekken en meemaken. Zo zijn jonge kleuters vaak nieuwsgierig naar wat oudere kinderen al kunnen en willen dit ook bereiken.
Wanneer een 4-jarige kleuter het interessant vindt om met letters te werken, is er ruimte om zich daarin te verdiepen, samen met bijvoorbeeld een groep 2 leerling. Dit gebeurt dan veelal op een ander niveau, maar de ruimte is er. En andersom kunnen kleuters in groep 2 aansluiten bij de leerstof die een jongere kleuter krijgt aangeboden.

Werken met maatjes

Door het werken en leren in een combinatiegroep krijgt de sociaal-emotionele ontwikkeling een impuls, doordat kinderen van verschillende leeftijden elkaar helpen. In de klas gaan we met maatjes werken. De kinderen van groep 2 krijgen een maatje uit groep 1.
We leren de kleuters dat wanneer er een probleem is (je krijgt je rits niet dicht, je weet niet waar bepaalde materialen liggen enz.) je eerst naar je maatje gaat. Vaak is dit voor de jongste kleuters ook makkelijker dan meteen hulp te vragen aan de leerkracht. De oudste kleuters leren om de jongste kleuters te helpen.
Verder houdt dit in dat je een keer jongste, middelste en oudste leerling bent en dat verhoogt het gevoel van eigenwaarde.

Taalontwikkeling

De taalontwikkeling van de kleuters wordt gestimuleerd, omdat kinderen zich op kunnen trekken aan kinderen die al verder zijn in de ontwikkeling van het mondelinge taalgebruik. Het vragen van hulp en het geven van uitleg aan elkaar dragen hieraan bij.

Uitgestelde aandacht en ontwikkeling van de zelfstandigheid

Doordat kinderen hulp kunnen krijgen van medeklasgenootjes geeft het de leerkracht ruimte om extra aandacht te geven. Waar je eerst bij tien kleuters de rits zou moeten dichtmaken, hoeft dat nu niet, omdat hun maatje ze daarbij kan helpen.
Ook wanneer het maatje niet kan helpen, kunnen de kinderen eerst bij andere kinderen terecht. Hierdoor heeft de leerkracht meer tijd om bijvoorbeeld aandacht te besteden aan de kleine kring of extra instructie. Dit noemen we in het daltononderwijs het principe van de uitgestelde aandacht, waardoor de zelfstandigheid van kinderen groeit.